Cultuurjournalistiek
elke werkdag 19-22 uur zat. 08-12 uur.
Mensen hebben de neiging om te romantiseren wat ver weg en onbekend is. Maar die romantisering zegt natuurlijk meer over de romanticus dan over die verre plekken. Schrijver, vertaler en antropoloog Gerrit Jan Zwier schrijft over het verschil tussen beeld en werkelijkheid, meest recent in het boek ‘Mijn Ierland’. In dat land zocht ooit de dichter Roland Holst naar bezielde dorpen, om vervolgens in de kou en de modder terecht te komen. Zwier schreef over Roland Holst in ‘Zilverig Licht’.
In Ierland schijnt nauwelijks nog te worden geloofd in kabouters en elven. De Ieren hebben hun eigen romantiek afgeschud. Of niet? En is ons beeld van Ierland intussen feitelijk veranderd? En is een romantisch beeld van de andere kant van de heuvel eigenlijk nog houdbaar in deze tijd van internet, waarin de wereld alleen maar kleiner wordt?
Marten Minkema liep een paar dagen mee met Zwier in Connemara aan de Ierse westkust. Daar praten ze over het Ierland van de schrijver. Ook bezoekt Gerrit Jan Zwier de Engelse schrijver Tim Robinson, die in Connemara woont en waarvan hij een boek aan het vertalen is.
Audio
De dichter Ingmar Heytze - Gerrit Komrij noemde hem ooit ‘een natuurtalent’ – las gisteren een nieuw gedicht voor in De Avonden waarin hij De Trompenburg in het dorp ‘s Graveland bezingt. De Trompenburg is een buitenplaats die in opdracht van admiraal Cornelis Tromp, door zijn matrozen overigens Keesje de Duivel genoemd, in 1680 werd gebouwd. Heytze plaatst zichzelf in een traditie: de blijspeldichter Pieter Langendijk (1683 – 1756) vond de Trompenburg zo betoverend in de lente, dat hij in een bruiloftsdicht Minerva uitnodigt het prachtige landgoed af te beelden : “Verbeeld dan Trompenburg, en zijne groene dreven; / Verbeeld dan, hoe ’t geboomt van minnevreugde ruist, / En ’t dartel beekje stroomt en bruist; / Terwijl de vogeltjes de bruiloftszangen kwelen.”
Schrijver Bert Natter, aan de wandel in Trompenburg met interviewer Anton de Goede, pleitte gisteren voor zeker eerherstel van Cornelis Tromp die naar zijn idee een te negatieve reputatie heeft. Natter publiceerde onlangs het boek ‘Trompenburg‘ dat het het historische verhaal vertelt over Trompenburg en zijn inwoners.
Audio
In 2003 verscheen van Gijsbert van der Wal het boek ‘Leven en werk van Willem den Ouden’, een grotendeels op interviews gebaseerde monografie over de landschapsschilder Willem den Ouden, geboren in 1928. Vorige week was Gijsbert van der Wal bij Willem den Ouden op bezoek om te praten over diens meest recente schilderijen. Den Ouden maakt de laatste jaren iedere winter een groot schilderij van de zon boven de Waal, gebaseerd op de kleinere studies die hij ’s zomers maakt op een balkon aan de dijk in het Betuwse Varik. Een gesprek, in twee delen, over onder andere de verschillen tussen buiten en binnen landschapschilderen.
Deel 1
Audio
Deel 2
Audio


Afgelopen zaterdagmiddag 21 april vond in Galerie Phoebus in Rotterdam een openbaar marathongesprek plaats tussen Wim Noordhoek en de beeldend kunstenaars Moritz Ebinger & Gilbert van Drunen. In Galerie Phoebus exposeert Van Drunen ‘Temporary Porcelain (nieuwe doden nieuwe kansen)’ en Ebinger: ’sculpturaal onderduiken’. Een gesprek over kunst en maatschappij, en meer precies kunst in de openbare ruimte. De wijken in? Of niet?
Moritz Ebinger is bekend van zijn op Aruba uitgevoerde onderwatersculpturen, maar ook van zijn grootste stoeptekenproject met krijt, vorig jaar in de Amsterdamse Pijp. Hij slaagde erin een hele wijk te mobiliseren. Gilbert van Drunen werkt in de haven van IJmuiden. Hieronder is het slot van het marathongesprek te horen.
Audio
Eric Anderson wordt wakker op een plek die hij niet herkent, en hij weet niet wie hij is. Langzaam wordt hij zich bewust van een mysterieuze kracht die zich manifesteert als een monsterlijke metafoor. Hij ontvangt raadselachtige briefjes met opdrachten. Maar de zoektocht naar zijn identiteit wordt gesaboteerd door de dreigende demon, die te pas en te onpas opduikt. ‘Gehaaid’ is een ideeënroman over de manier waarop we de wereld om ons heen ervaren en over de rol die communicatie, ons geheugen en onze verbeelding daarin spelen.
Wim Brands sprak met de Britse schrijver Steven Hall over zijn boek ‘Gehaaid’, een psychologische thriller waarin waan en werkelijkheid, het plausibele en het fantastische naadloos in elkaar overgaan.
Audio
Jannie Regnerus heeft op 20 april voor haar boek ‘Het geluid van vallende sneeuw’ de Bob den Uyl Prijs, de prijs voor het beste literaire of journalistieke reisboek, ontvangen. De prijs bestaat uit een bedrag van 5000 euro en een plastiek. Regnerus kreeg een beurs om als beeldend kunstenaar een jaar door te brengen in Kitakyashu, een lelijke en saaie Japanse provinciestad. In haar door de Wereldbibliotheek uitgegeven boek tekende ze zowel persoonlijke ervaringen als algemene observaties over Japan en de Japanners op.
De jury van de prijs bestond uit historicus Maarten van Rossem (voorzitter), chef buitenland van NRC Handelsblad Renée Postma, staatssecretaris van Europese Zaken Frans Timmermans en Volkskrant-recensent Hans Bouman. (Timmermans beëindigde zijn jurylidmaatschap na zijn aantreden als staatssecretaris).
Uit het juryrapport: ‘Wie het werk van Haruki Murakami kent, zal daar bij het lezen van ‘Het geluid van vallende sneeuw’ regelmatig aan moeten denken. Aan het eind van het boek koopt Regnerus van haar laatste geld twee prenten van Hiroshige, de meester van regen, mist en sneeuw. Dat was eigenlijk al voldoende om haar de prijs toe te kennen.’
Het meest opmerkelijke is misschien wel dat het boek van Regnerus in het jaar van verschijnen vrijwel door geen journalist of criticus is opgemerkt. Wél was zij vorig jaar al te beluisteren in VPRO’s De Avonden toen zij te gast was bij Wim Brands.
Waarom zou je naar de bioscoop gaan om 66 minuten lang te kijken naar een film over een jonge vrouw die de strijdt aanbindt met borstkanker? Misschien omdat die vrouw actrice/zangeres Ellen ten Damme heet? Of omdat de maker van de film Rob Hodselmans is?
Hodselmans is in VPRO kringen geen onbekende. Hij kreeg nog niet zo lang geleden een Gouden Beeld voor zijn camerawerk voor de programma’s van Wilfried de Jong en geldt als een poëtisch filmmaker, die zijn beeldtaal zorgvuldig kiest. Zijn kracht schuilt in het feit dat hij zichzelf als cameraman ter plaatse goed onzichtbaar kan maken.
Maar een film over een zangeres met borstkanker… wordt dat geen regelrechte voyeuristische ervaring? Of een pijnlijk openhartige belevenis? En wat voor gevoel zou je ideaal gezien moeten overhouden aan een dergelijke film?
De vaderlandse kritiek sprak zich heel wisselend uit over ‘As I Was Wondering Where This Mixed Up Little Life Of Mine Was Leading To’. De een vond het bij voorbaat exhibitionistisch dat een BN-er zich gedurende zo’n periode laat filmen , de ander mist een journalistieke benadering van ten Damme’s carrière en een derde mist haar emotie over de ziekte.
Ze hebben allemaal een punt maar schuiven daarmee de werkelijke kracht van deze film van tafel. De film tekent namelijk prachtig het naïeve, beetje wereldvreemde universum waarin Ellen ten Damme en haar vriend Robin Berlijn zich bevinden. De details vertellen hier het verhaal over twee mensen : liefdevol, speels en simpel.
Hoe Ellen -terwijl de chemotherapie in haar aderen druppelt- van haar vriend een Suske en Wiske boek aangereikt krijgt en blijmoedig gaat liggen lezen, hoe ze de slappe lach krijgen als Robin Berlijn ten Damme’s hoofd met de stofzuiger bewerkt nadat hij haar heeft kaalgeschoren of hoe ten Damme –Berlijn is stergitarist in haar band- achtereenvolgens hartstochtelijk ’speelt’ dat ze Nina Hagen, Marlene Dietrich of Debbie Harry is.
Dat is wat me ontroerde bij het zien van deze film. De verbondenheid tussen twee mensen die de grote problemen van het leven fantasierijk en lichtvoetig proberen te tackelen. Natuurlijk weet je –ook als kijker- dat hun methode niet kan werken: dat er meer ‘onder’ zit. Maar die noeste poging –tegen beter weten in- om de ziekte en het gevecht daartegen luchthartig te benaderen is aangrijpend en inspirerend.
Interview Radio Cinema.nl
Sinds gisteren is de film ‘As I Was Wondering Where This Mixed Up Little Life Of Mine Was Leading To’ in de Nederlandse bioscopen te zien.
Hans Steketee, genomineerd voor de Bob den Uyl-prijs 2007 met het boek ‘Eiland tussen de oren. Het Verenigd Koninkrijk achter de schermen’ wordt uitgebreid geïnterviewd over dit boek in De Avonden van 18 april jl. Bij deze gelegenheid vraagt Anton de Goede hem of hij iets heeft met het werk van Bob den Uyl (1930-1992).
Steketee: “Ik las hem in mijn middelbare schooltijd al. Ik moest altijd erg om hem lachen. Hij is de hoofdpersoon in zijn eigen slapstick. Ik vind hem nog steeds leuk, maar mijn waardering is nog toegenomen omdat ik hem nu vooral zie als een scherp waarnemer van sociale codes. In mijn boek over het Groot-Brittannië verwijs ik ook naar hem als het gaat over het fenomeen in de rij staan. Als er één Brits fenomeen is is het wel in de rij staan. Of het nu bij de bus is of in het postkantoor. Den Uyl beschrijft prachtig zijn overwegingen bij het kiezen van een rij. Niet alleen de lengte van de rij speelt daarbij een rol maar ook welke personen er in de rij staan. Hij redeneert dan: als er bejaarden in die rij staan is dat een vertragende factor, kinderen weten niet wat ze willen en ook buitenlanders die de taal niet goed beheersen werken vertragend. Met die kennis kiest hij vervolgens een rij en wat blijkt: de buitenlanders spreken perfect, de bejaarden zijn razend efficiënt en de kinderen weten precies wat ze willen en zo staat hij alsnog in de verkeerde rij. Dus wat blijkt: de andere rij is altijd beter. En dat is natuurlijk een prachtig romantisch idee: het geluk is daar waar jij niet bent.”
Audio
Aernout Zevenbergen is geboren in Zambia, daarna verhuisde hij naar Nederland. Hij groeide op in Eerbeek in Gelderland. Dat was even schrikken toen hij me dat gisteravond vertelde, ik kom ook uit die buurt.
Zevenbergen heeft een bijzonder boek geschreven, ‘Vlekken van een luipaard’, over mannen in Afrika. Die mannen hebben een slechte reputatie: ze drinken, ze slaan, ze zijn de weg kwijt. Zevenbergen heeft zo gedetailleerd mogelijk proberen uit te zoeken wat er aan de hand is, en net zo belangrijk: wat te doen?
Merkwaardig in dit verband is dat veel hulporganisaties hun ‘pijlen’ op vrouwen richten, terwijl de mannen schreeuwen om emancipatie.
Vlak voor het gesprek begon hoorden we trouwens in het nieuws dat een man op een Amerikaanse campus tientallen mensen had doodgeschoten.
Audio
Arnon Grunberg is in Libanon, een al tien jaar gekoesterde wens. In De Avonden deed hij z’n eerste verslag vanuit Beiroet. Hoewel Beiroet vlakbij Tel Aviv ligt en de steden – in Arnons ogen – uiterlijk veel gemeen hebben, heeft de geschiedens ze ver uiteengedreven. Een land waar verwoesting gewoon is. De kraters en kogelgaten uit de burgeroorlog van de jaren ‘70 zijn soms moeilijk te onderscheiden van de recentere, die dateren van de massale Israelische bombardementen van vorig jaar juli na de ontvoering van twee Israelische grenswachten.
Arnon verdiept zich ter plaatse in zulke onderwerpen als vergeldingstactiek (niet alleen door Israel toegepast, ook door de strijdende partijen in Libanon onderling). Een tactiek die past in een cultuur van martelaarschap en lijden. Wim Noordhoek sprak met hem. Op 23 april vervolgt hij zijn verslag.
Audio