‘De filantroop’ van Theodore Dalrymple
De Brit Theodore Dalrymple (1949) was tot enkele jaren geleden werkzaam als psychiater in verschillende Engelse gevangenissen en ziekenhuizen in achterstandswijken. Daarvoor werkte hij onder andere in een aantal ontwikkelingslanden. De ervaringen die hij hierbij opdeed vormen, met zijn afkomst uit de ‘lower class’, de basis voor zijn artikelen, columns en boeken. Een aantal van Dalrymple’s boeken is ook in Nederland te verkrijgen, waar zijn ideeën mede als gevolg van de moorden op Fortuyn en Van Gogh grote bijval kregen.
Dalrymple vindt dat er de afgelopen decennia sprake is geweest van het opkomen van een nieuwe onderklasse, en dat daar te weinig oog voor is geweest van de kant van beleidsmakers en hulpverleners. Dit probleem beschrijft hij in zijn boek ‘Beschaving of wat er van over is’ (2005). Zijn nieuwste boek, ‘De filantroop’ (2007), is een satirische roman over een seriemoordenaar die vanuit de gevangenis kritiek levert op de samenleving. Hij toont met behulp van filosofische argumenten die in hoofdartikelen van kranten en in ieder café in het land dag in dag uit de revue passeren, dat hij eigenlijk een veel beter en socialer mens is dan zijn medemensen. Dalrymple laat zijn hoofdpersoon, de moordenaar, alle ideeën uitspreken die hij zelf zou willen bestrijden, om met dit stijlmiddel maximaal effect te sorteren.
Wim Brands interviewt Theodore Dalrymple over zijn populariteit in Nederland, zijn standpunten en zijn nieuwste boek ‘De filantroop’.


